Er staan momenteel nog geen artikelen in je winkelmand

Producten

Laden...

Culinair

Laden...

Cocktails

Laden...

Cocktails

Laden...

Winkels

Laden...

Turf en rook

Tijdens de winterperiode smaakt een rokerige whisky extra lekker. Wist je dat tijdens het drogen van de mout al wordt bepaald of een whisky rokerig wordt of niet? Dat heeft met de brandstof te maken. Wanneer daarvoor turf wordt gebruikt, ontstaan er in de turfrook bepaalde deeltjes die fenolen worden genoemd. Ze blijven aan de gerstekorrel vastzitten en leveren uiteindelijk een uitgesproken rokerige geur en smaak op.
Is elke rokerige malt whisky dan min of meer hetzelfde? Nee, zeker niet! De samenstelling van de turf en waar die vandaan komt spelen een belangrijke rol bij de uiteindelijke smaak en geur
van de gebottelde whisky.
 
Turf zelf is reukloos. Het is de turfrook die zo’n uitgesproken smaak en geur aan whisky geeft. De ene turf is echter de andere niet. Dat zit zo. Turf van het eiland Islay, waar onder andere Ardbeg vandaan komt, is anders van samenstelling dan turf uit de Highlands waar bijvoorbeeld Highland Park wordt gemaakt. Dat zit hem in de bodemgesteldheid en daarnaast in de soort fenolen die in de turfrook zitten. Dit zijn aromatische stoffen, verwant aan alcohol, ook wel bekend als carbolzuur. In turfrook komen de volgende verschillende fenolen voor:phenol, lignine, o-cresol, p-cresol, m-cresol, guaiacol, 4-ethyl guaiacol, 4-methyl guaiacol en 4-ethyl phenol. Die namen kun je snel vergeten.
 
Wat telt is dat ze elk hun eigen smaakkarakteristiek hebben. De een is wat rokeriger, de ander meer medicinaal qua aroma. Het gehalte aan fenolen, uitgedrukt in ppm (parts per million), is ook van invloed. Hoe hoger het ppm-gehalte in de mout, hoe uitgesprokener van smaak de whisky uiteindelijk wordt.
 
Hiervoor hebben we twee rokerige single malts gekozen die geografisch ver uit elkaar liggen en waarvan de mout met verschillende soorten turfrook is gedroogd. De eerste is Ardbeg, van Islay. In turf van dit eiland zit verhoudingsgewijs meer zeewier en spagnum (een soort mos).
Nummer twee is Highland Park, die met turf van de Orkney eilanden wordt gemaakt en daarin zit meer heide en struikgewas. Die diverse samenstelling levert totaal verschillende
smaakprofielen op. Proef maar.
 
 
Strogeel. De rook barst er uit zodra je het glas onder je neus houdt. Citrus, menthol, peper en bittere chocolade. Daarna gerookte vis, bacon, groene paprika, peer en ananas. Een smaakexplosie in je mond: kaneeltoffee, pekel, romige melk, rijpe banaan en een handjevol bessen. De afdronk lijkt eindeloos, met sterke koffie, anijs, amandel en zoete gerst.
 
Amber. Aroma’s van heidehoning, zoet met turfrook. Die sensatie zet zich voort op de tong en het gehemelte. De rook wordt zoeter, met uitgesproken mouttonen. De afdronk blijft een tijdje
aangenaam rondhangen in de mondholte. Een echte all-rounder.
 
In vroeger tijden kwamen de rokerige single malts vooral van de eilanden. Tegenwoordig kun je ook steeds vaker een rokerige malt uit de Speyside tegenkomen. Balvenie bijvoorbeeld, normaal vol en fruitig, maakt gedurende één week per jaar een geturfde versie, de Balvenie Peat Week. En Tomintoul in de Livet-vallei heeft een rokerige broer die Old Ballantruan heet. Uiteraard is de turf uit die regio weer anders en bevat meer restanten van bomen in vergelijking met de eilanden. Variatie genoeg dus in het rokerige domein van whisky!